26-05-2003
De eregalerij van het Rijks en de terreur van asbest
Een lichtpuntje bij alle asbestterreur in het Rijksmuseum: de eregalerij ging,
opnieuw ingericht, dit weekeinde open. De historische afdeling gaat waarschijnlijk
eind juni open. Beelden, Kunstnijverheid, prentenkabinet en bibliotheek blijven
wellicht dicht tot aan de verbouwing in december.
ELLA REITSMA
De Bedevaart naar de Nachtwacht is sinds zaterdag weer mogelijk. En nog wel tegen
gereduceerd tarief: vijf euro. Daarmee kun je ook de Philipsvleugel aan de zuidkant
bezoeken. De tentoonstelling van de virtuose tekenaar en graveur Hendrick Goltzius
is daar na afgelopen weekeinde voorbij. Zaterdag waren er 2600 bezoekers, buitenlandse
toeristen vooral; op een normale museumdag trekt het Rijks vijfduizend bezoekers.
Donderdag 22 mei zetten de heren en dames van de Arbo-dienst en Milieuinspectie
het licht voor de eregalerij in het hoofdgebouw op groen. Er waren daar in tegenstelling
tot bijvoorbeeld de oostvogel met de historische afdeling geen rondvliegende
asbestdeeltjes geconstateerd. Die hadden trouwens nooit vrij rondgevlogen, maar
je weet maar nooit. De Nederlandse ambtenaar is in het geval van gezondheidsbedreiging
uitermate stipt. Dat betekent tot nu toe 26 dagen sluiting van de eregalerij
en vier dagen van de Philipsvleugel. Die zuidvleugel was nog niet zolang geleden
gerenoveerd, dus asbest was niet gebruikt.Voor het hoofdgebouw, rond het midden
van de vorige eeuw volgetimmerd, was het brandveilige asbest, Zoals heel veel
gebouwen uit die tijd, naar hartelust toegepast.Vanwege de grote renovatie die
op komst is, stond het Rijksmuseum als eerste op de lijst van te inspecteren
Rijksgebouwen. De andere komen binnenkort aan bod, want dit is een rijksactie,
dus hoedt u. Voor het Rijks waarvoor de maanden april en mei topmaanden zijn,
een grote tegenvaller. Twintigduizend toeristen van buiten Nederland moesten
in de maand mei hun culturele heil elders zoeken.Voor de kleine musea niet slecht,
zoals voor Ons Lieve Heer op Solder. Ook de Goltzius-tentoonstelling heeft ervan
geprofiteerd. Er kwamen veertigduizend bezoekers. Geen klein aantal, maar het
museum had op meer gerekend. Maar ja, over Goltzius schreef de beroemde Constantijn
Huygens twaalf jaar na zijn dood al dat de kunstenaar op twee klippen in het
leven is gestoten: zijn mislukking als schilder en de waanzin der alchimie. Huygens
had gelijk, een paar schilderijen, zoals de Danae en het portret van Schelpenverzamelaar
Jan Govertsz van der Aar zijn mooi, de rest kan het werk op papier bij lange
na niet evenaren. In het hoofdgebouw hadden en hebben nog steeds mannen in witte
pakken en met gasmaskers op de macht. Alle medewerkers werden zogeheten villa
of naar het Veiligheidsinstituut, daartegenover geëvacueerd. Wilde een conservator
toch van zijn niet te missen aantekeningen op zijn bureau in het hoofdgebouw
gebruik maken, moest hij of zij zich volledig in het plastic hijsen en zich daarna
in speciaal geplaatste douchecabines van top tot teen afspoelen. Alsof er een
biologische terreuraanslag was gepleegd. Straks moet er nog een traumapsycholoog
opdraven.Toen, in de namiddag van 22 mei, mocht voor de eregalerij de vlag worden
gehesen. Alle verboden ruimten met toegang tot entree en galerij waren met multiplex
platen afgetimmerd en met kit voor de vliegende vezeltjes ontoegankelijk gemaakt.
De volgende dag stonden restauratoren en conservatoren s ochtends om zes uur
op. Om zeven uur werd er gesjouwd, gespijkerd, schoongemaakt en werden de muren
bijgeschilderd. De melkmeid van vermeer, de koopman Isaac Massa en zijn vrouw
van Frans Hals en dominee Johannes Wtenbogaert van Rembrandt passeerden elkaar
op de gangen om vervolgens in de kabinetten van de eregalerij een plaats te krijgen.
Hier hangen nu vijftig schilderijen, waarvan elf Rembrandts tegen een blauwe
wand. Schitterend. Je kijkt weer opnieuw. Sommige werken zoals Kindermoord van
Cornelis van Haarlem, waren te groot om te kunnen worden verplaats. Ook de monumentale
pentekeningen van zeeschilder Willem van de Velde weken niet voor de lievelingen
van het publiek. Hier hangt de top uit de Gouden Eeuw, zeggen de conservatoren
trots. Maar de kerkinterieurs van Saenredam, de landschappen van Jacob van Ruisdael
of Jan Both en de meer dan mansgrote zwaan van Asselijn ontbreken. Een aantal
bijzondere schilderijen bevindt zich in verboden zalen. Wanneer daar een schilderij
wordt weggehaald, moet dat ook weer worden gereinigd. Het rondvliegend vezeltje
is meedogenloos en spaart zelfs een topstuk niet.
Bron: Het Parool