08-04-2004

Witte asbest is niet onschadelijk

Dat chrysotiel (witte asbest) geheel niet schadelijk zou zijn berust op een theorie die reeds in de tachtiger jaren als achterhaald werd beschouwd.

Chrysotiel is chemisch gezien inderdaad minder stabiel dan crocidoliet en amosiet (resp. blauwe en bruine asbest), waardoor in geademde vezels in de longen na verloop van jaren deels kunnen “oplossen”. Hierdoor is de schadelijkheid van chrysotiel inderdaad wat geringer dan die van de andere asbestsoorten, die allen tot het amfibool-type behoren. Hiermee wordt echter in de normstelling al rekening gehouden. Verder blijkt dat chrysotiel van nature is verontreinigd met een kleine hoeveelheid tremoliet-asbest, dat dezelfde schadelijke eigenschappen bezit als crocidoliet en amosiet.

Chrysotielvezels van inadembare afmetingen kunnen dus wel degelijk in de longen terechtkomen, zoals o.a. door analyse van monsters longweefsel van asbestosepatiënten is vastgesteld. Ook zijn er mesothelioom-slachtoffers onder automonteurs als gevolg van het jarenlange uitblazen van asbesthoudende remvoeringen, waarbij in de remschoenen alleen chrysotiel was verwerkt. Het zal voor de slachtoffers van weinig belang meer zijn of zij ziek zijn geworden van de chrysotielvezels zelf, of door de sporen tremoliet die daarnaast voorkomen.

Het aanduiden van chrysotiel als en “volkomen onschadelijk asbestsoort”is dus een onjuiste simplificatie die tot verkeerde die tot verkeerde conclusies leidt. Deze theorie werd in de jaren ‘70 en ‘80 krachtig gepropageerd door de lobbyisten van de voornamelijk Canadese asbestindustrie.

Een vakkundige beoordeling van de risico’s van de talloze bouw- en constructiematerialen die asbest bevatten is altijd maatwerk waarbij tal van factoren een rol spelen.

Bron: Jan Tempelman, TNO-MEP Apeldoorn

 

>> Lees hier meer nieuwsartikelen