17-09-04
Doodzieke Ella gunt Hardie geen rust
ELLA SWEENEY (60) heeft asbestose. In haar longen hebben longblaasjes onder invloed
van asbestvezels plaats gemaakt voor bindweefsel. Haar lichaam neemt daardoor
steeds minder zuurstof op en vergiftigt zichzelf doordat steeds meer stikstof
achterblijft in haar bloed.
Ze zal sterven. Asbestose is niet te behandelen.
Met James Hardie heeft ze nooit wat te maken gehad. Niet direct, tenminste.
Maar de producten van James Hardie kent ze donders goed, zoals iedere Australiër.
Honderdduizenden woningen en kantoren zijn aangelegd met asbestproducten van
het bedrijf. Zo ook het ziekenhuis in een van de voorsteden van Sydney, waar
Sweeney in de vroege jaren zeventig als verpleegster werkte. Het was een
klein, te klein, ziekenhuis, vertelt ze in het Amsterdamse hotel waar
ze sinds gisteren verblijft. Op een gegeven moment werd het dak eraf gehaald
om er een verdieping bovenop te kunnen zetten. Wekenlang zaten patiënten
en personeel onder het stof. De meeste verpleegsters namen de kortste
weg van A naar B en dat was door het deel van het gebouw dat werd gerenoveerd.
We liepen door de gangen en ons haar werd wit van stof. Wisten wij veel dat het the
dust of death was het stof des doods? In 1992, 45 jaar oud,
kwam het hoesten. Maanden achtereen. Antibiotica hielp niet. Na een scan
zeiden de artsen dat ik longkanker had. Ik was er tenminste vroeg hij. Maar uit
verder onderzoek bleek dat ik asbestose had.
Ik wist niet eens wat het was; ik moest het opzoeken. Daarna kwam de woede.
Ik werkte in een ziekenhuis, hielp mensen, probeerde hun leven te redden, en
precies die plek beroofde me van mijn leven.
Ze heeft een schadeclaim ingediend, tegen het ziekenhuis en de asbestproducenten
James Hardie en CSR. Het speciale Stofziektcn tribunaal dat in de
Australische deelstaat New South Wales is opgezet, buigt zich er nog over.
Collegas
Sweeney is een van de 53.000 Australiërs die gevolgen van asbest ondervindt.
Vorig jaar overleden ruim 600 asbestslachtoffers in Australië. Onder hen
naatse collegas uit het ziekenhuis. De komende zestien jaar zullen, zeggen
de statistici, nog 13.000 tot 15.000 asbestdoden volgen. Door gaar lot raakte
Sweeney nauw bij het asbestdrama betrokken. In Australië is ze inmiddels
landelijk bekend. Ze werd voorzitter en later penningmeester van de Asbestos
Disease Foundation of Australië, de Australische vereniging heeft aandelen
James Hardie gekocht, zodat ze vandaag genoegdoening kan halen voor de tienduizenden
slachtoffers die James Hardie in haar ogen heeft gemaakt of nog zal maken. Op
dit moment is het een epidemie. Vroeger waren het vooral mannen, van 60, 70,
80 jaar, bij wie asbestkanker werd vastgesteld. Nu zijn het mannen en vrouwen
van 30, 40, 50 jaar. Allemaal kinderen die in de buurt waren toen hun moeder
kleren vol asbeststof waste, of hun vader hun met asbest gevulde huis verbouwde. Voor
James Hardie en vooral zijn bestuurders heeft Sweeney alleen bitterheid over.
Dat het bedrijf in 1998 van Sydney naar Nederland verhuisde, heeft vervolgens haar en medestanders alleen tot doel gehad alle asbestclaims te ontlopen. Ze ziet Nederland als uitwijkhaven voor een immoreel concern. Samen met de vertegenwoordiger van de twee belangrijkste vakbonden in Australië, Linsday Fraser en Paul Bastian, bij de jaarvergadering van James Hardie, recht tegenover het bestuur dat in haar ogen de asbestslachtoffers in de steek heeft gelaten. Met vier eisen: complete genoegdoening voor alle slachtoffers, een excuus, meer voorlichting over risicos van asbest en het vertrek van de belangrijkste bestuurders.
Geld, een jaarlijkse vergoeding, voor slachtoffers
en nabestaanden,
blijft haar belangrijkste eis. Vanaf het begin was voor haar duidelijk dat
de miljoenen die james Hardie voor zijn vertrek in Australië opzij heeft
gezet voor asbestslachtoffers, onvoldoende waren. Een bedrijf dat decennia
lang wist van de schadelijke gevolgen van asbest, een product dat terug te
vinden
in bijna elk Australisch huis, heeft slechts stuivers over voor een groeiend
aantal slachtoffers.