<< Terug naar het nieuwsoverzicht van 1999

16-06-1999

SOEST - Asbestsaneerders maken zich grote zorgen over hun aansprakelijkheid voor de schade, die het asbestwerk aan de gezondheid van het personeel kan toebrengen. Assuradeurs bieden daar vooralsnog geen specifieke verzekering voor aan.

De overheid richtte voor deze specifieke beroepsziekten het Asbestfonds op. De benodigde middelen komen uitsluitend van de overheid. De jubilerende Vereniging voor Verwijdering van Toxische en gevaarlijke Bouwmaterialen (VVTB) wil dat voorlopig ook zo houden. Bedrijfsbijdragen leiden immers automatisch tot hogere tarieven. De markt voor asbestsanering groeide in de afgelopen vijf jaar sterk, zegt VVTB-voorzitter ing. H. van Asch. "Daar zijn ook enorme claims uit voortgekomen want je hebt zomaar een ziekte te pakken." De verzekeraars bieden voor deze aansprakelijkheid geen uitgebreide dekking aan. De mogelijkheden blijven beperkt tot een bedrijfsverzekering en een collectieve ongevallenverzekering. Asbestwerkers worden voor ze in dienst komen uitgebreid gekeurd en ondergaan elk jaar een herkeuring. De bedrijven beperken de risico's verder met beoordelingsrichtlijnen en certificeringen. Afdoende documentatie van de werken toont aan dat de saneerders zich onverkort aan de regels houden. Deze aanpak garandeert volgens Van Asch uitsluitend het werk dat overdag plaatsheeft. "Het blijft onduidelijk hoe het werk verloopt als werknemers 's avonds asbest verwijderen. Het is niet ondenkbaar dat de werkgever aansprakelijk wordt gehouden voor ziektes die het avondwerk veroorzaakt." Onder de vele commissies van de VVTB zit nog geen aparte commissie voor de aansprakelijkheid. Wel overlegt de vereniging geregeld met het ministerie van Sociale Zaken over dit onderwerp.

Eensluitend

De overheid bindt de sanering van asbest nog niet aan eensluidende regels. Het ministerie van Sociale Zaken houdt zich aan de Arbeidsomstandighedenwet en het ministerie van VROM aan het Asbest verwijderingbesluit. De (handhaving) bepalingen van deze regelingen botsen soms. Maar boven alles moet asbestsanering maatschappelijk haalbaar zijn. Het wordt alleen maar duurder en de regels voorde bedrijven worden strenger. Over twee jaar gaat het nieuwe stortverbod voor asbest in. In die periode moeten nieuwe verwerkingsmethoden hun beslag krijgen. Als er geen afdoende oplossing is zal de overheid het stortverbod niet kunnen invoeren.".

Specialisten

In Nederland houden maar enkele specialisten zich bezig met asbest. De meeste kennis komt uit het buitenland zoals de Verenigde Staten. In eigen land komen nog maar weinig nieuwe technieken tot ontwikkeling. Brussel toont voor het asbest eveneens weinig activiteit. Nederland loopt daarentegen wel voorop met de regelgeving voor de sanering. Van Asch overweegt of een gespecialiseerd bureau onderzoek zou moeten doen naar nieuwe saneringstechnieken. Niet in delaatste plaats omdat nog steeds onbekende asbesttoepassingen opduiken. De verwijderaars beschikken inmiddels al wel over een ruime kennis en ervaring. Die is ook nodig omdat in Nederland meer dan grote hoeveelheden asbest zijn verwerkt. De toepassing van asbesthoudende materialen is pas vier jaar verboden. Voor de verwijdering ervan bestaat geen standaardtarief. De kosten hangen samen met de toestand waarin het voorkomt. Elk geval moet apart worden bezien en berekend.

De BRL5052 regelt het asbestinventarisatie. De gemeenten kunnen alleen op basis van zo'n onderzoek een sloopvergunning verstrekken. De overheid werkt momenteel aan een algemene inventarisatieplicht.

Gesjoemel

Die zal kopers van gebouwen verplichten vooraf onderzoek te laten doen. Een soortgelijke regeling geldt momenteel voor grondverkopen. De veelheid aan eisen werkt evenals de vaak hoge kosten soms gesjoemel in de hand. Over een jaar of wat behoort ook dát volgens Van Asch tot het verleden. Temeer omdatde bedrijfstak de kosten zo laag mogelijk probeert te houden. De overheid zal daaraan ook moeten meewerken. "Die schuift evenwel steeds meer aansprakelijkheden af. De verwijderaars kunnen die echter niet allemaal oppakken. In de komende jaren moet ieders verantwoordelijkheid in de keten afdoende worden geregeld", meent Van Asch.

bron: Cobouw