<< Terug naar het nieuwsoverzicht van 1999

27-07-1999

Klacht over asbestgevaar voor KFOR-militairen

Assen - Militairen van de Koninklijke Landmacht in de Kosovaarse hoofdstad Prizrin ruimen zonder beschermende kleding asbest. Het enige wat Defensie ze ter bescherming aanbiedt is een stofmasker. De vader van een KFOR-militair uit Assen heeft de kwestie aangekaart. De Vakbond voor Defensiepersoneel is een onderzoek begonnen.

Tijdens een voorlichtingsbijeenkomst in Prizrin adviseerde de legerstaf de soldaten 'zichzelf en hun uniform wat vaker en grondiger te wassen'. Verder werd hen gezegd dat het grove stof wel weer uit hun neus naar buiten blazen', beweert de Asser vader. Zijn zoon is sinds half juni in Prizrin gestationeerd.Hij werkt mee aan het opruimen van kapotgeschoten huizen waarin vaak asbest is verwerkt.

Karig

Woordvoerder J. van Hulsen van Vakbond voor Defensiepersoneel maakt zich grote zorgen. "Enkel een mondkapje als bescherming lijkt me karig. Ook het wasadvies is onvoldoende. Dat de leiding de jongens vertelt dat ze het stof wel weer uitblazen, kan absoluut niet." De kwestie is voor de vakbond aanleiding na te gaan wat er in Kosovo precies aan de hand is. Van Hulsen heeft de stellige indruk dat er inderdaad asbestdeeltjes zijn vrijgekomen bij het puinruimen. "Waarom zou de legerleiding anders stofkapjes verstrekken? Daarmee geef je toe dat er asbest zou kunnen vrijkomen." De militaire vakbond sluit niet uit dat puinresten eveneens zijn vervuild met verarmd uranium. Dit licht radioactieve materiaal is vrijgekomen tijdens de bombardementen op de Balkan.

Niet 'zomaar'

Het ministerie van Defensie wil niet op de aantijgingen reageren. "Zonder specifiekere gegevens kan ik hier niet nader op ingaan," zegt voorlichter Sierk Nawijn. Hij bestrijdt dat soldaten 'zomaar' puinruimen. "Een genieverkenner onderzoekt de locaties op de aanwezigheid van mijnen en gevaarlijke stoffen. Als die er blijken te zijn, wordt deskundig personeel ingeschakeld om de stoffen of mijnen te ruimen. Wij zetten nooit militairen in op plaatsen waar risico's zijn."

bron: Rotterdams Dagblad