<< Terug naar het nieuwsoverzicht van 1999

12-1999

Haskoning: Plan voor stortplaats asbest deugt.
Ingenieursbureau verdedigt zich tegen aantijgingen milieumisdrijf

door Dolf Dukker

Nijmegen - Heeft Haskoning zich wel of niet schuldig gemaakt aan overtreding van de milieuwetgeving? Die vraag dringt zich opnieuw op nadat deze week het bericht is verspreid dat de actiegroep Vrijwillige Milieurecherche bij de Nijmeegse politie aangifte heeft gedaan van overtreding van de milieuwetgeving door het ingenieursbureau.

Tegen Cobouw zegt drs. R.F. Vogel, hoofd adviesbureau in Nijmegen,dat formeel geen aangifte is gedaan. Er is een fax van de actiegroep bij deNijmeegse politie binnengekomen, is hem door een politiewoordvoerder gezegd. "Klopt3, verklaart woordvoerder Van Ingen Schenau desgevraagd.
"Wij hebben de afzender T. Van Bergen uitgenodigd formeel aangifte te doen, want een fax is geen aangifte. Maar daarop heeft hij nog niet gereageerd. Omdat de kwestie feitelijk in Dordrecht speelt, is intussen met de politie in die plaats de afspraak gemaakt dat zij die aangifte - als die daadwerkelijk wordt gedaan - verder in behandeling neemt." Bij het ingenieursbureau is men uiteraard niet blij met de hernieuwde aandacht voor de kwestie, die eind oktober aanhangig werd gemaakt door twee politieke partijen, de SP en Stadspartij Eco-Dordt, en de werkgroep Derde Merwedehaven. Volgens deze drie is Haskoning niet bevoegd een plan van aanpak voor de verplaatsing van de regionale asbeststortplaats Crayestein-West naar de Derde Merwedehaven in Rotterdam te maken.
Evenmin zou zijn voldaan aan de regels die de Beoordelingsrichtlijn 5052 stelt aan de inventarisatie van asbest. De werkwijze van Haskoning werd in verband gebracht met de bevindingen van de Rotterdamse milieucriminoloog drs. Van de Anker, die in haar rapport 'Wie betaalt, bepaalt' beweert dat sommige adviesbureaus bereid zijn de uitkomsten van bodemonderzoeken te manipuleren. Vogel bevestigt: "Er gebeuren inderdaad dingen die niet door de beugel kunnen. Het zou goed zijn als daar adequate voorbeelden van werden gegeven. Wat wij hebben gedaan, is daar nou juist een slecht voorbeeld van.

Een van de laatste daden van Margreet De Boer als minister van VROM was de transformatie van de privaatrechtelijke eisen. Dat betekent dat het zonder KOMO-asbestprocescertificaat verboden is enige economische activiteit op dit gebied te verrichten.
Vogel: "Is een interessante stelling. Lijkt me voer de voor juristen. Naar onze mening staat de BRL los van wat wij hebben gedaan. Naar eer en geweten kan ik zeggen dat het plan van aanpak deugt."

Waarom heeft Haskoning dat certificaat eigelijk niet?
"Omdat we het niet nodig hebben. Als mocht blijken dat het nuttig is om het wel te hebben, zullen we ervoor zorgen dat we het krijgen.

Dan was u al dit gesodemieter bespaard gebleven.
"Waarom hierover zoveel publiciteit is geweest, heeft een heel andere oorzaak."

Heeft het wellicht economische voordelen om het certificaat niet te hebben?
"Wij maken altijd een economische afweging waarom we ergens een certificaat voor nodig hebben. Als wij werkzaamheden willen uitvoeren waarvoor zo'n certificaat nodig is, gaan we daarop studeren, mensen opleiden."

Was het misschien toch verstandiger geweest om voor de inventarisatie de eisen te volgen zoals die in de BRL zijn vastgelegd?
"Dat is ook allemaal gebeurd"

Dat lijkt me een aanvechtbare stelling.
"In afval zit vrijwel altijd asbest. Dat zou betekenen dat alle adviesbureaus die zich op het terrein van stortplaatsen begeven in overtreding zijn. Interessante stelling, maar praktisch kan ik er niet zoveel mee. Als er naar aanleiding van de discussie die nu wordt gevoerd duidelijke regels komen welke certificaten voor welke activiteiten nodig zijn, is Haskoning de eerste die zich aan die regels conformeert."

De kwestie spitst zich toe op de vraag of een stortplaats een object is in de zin van het Asbestverwijderingsbesluit. Volgens dit besluit wordt onder 'object' ook verstaan een installatie. Kom je al aardig dicht inde buurt van een stortplaats. Denk aan termen als afvalverwerkingsinstallatie, zuiveringsinstallatie, opslaginstallatie. Langs die lijn geredeneerd, zou je heel goed kunnen verdedigen dat een stortplaats een object is; en dat dus de eisen in de BRL van toepassing zijn.
"Uit het feit dat de Kamervragen die eind oktober door Poppe zijn gesteld nog steeds niet beantwoord zijn, maak ik op dat het een ingewikkeld vraagstuk is. Aan GS van Zuid-Holland zijn dezelfde vragen gesteld. Dat toont te meer aan dat er geen sprake is van een misdrijf. Als deskundigen besluiten dat we in de toekomst een stortplaats interpreteren als een object - dat zou de conclusie kunnen zijn - wil dat nog niet zeggen dat Haskoning zich schuldig heeft gemaakt aan een misdrijf."

Betekent een dergelijke conclusie niet dat het opstellen van een plan van aanpak een stuk duurder wordt?
"Nee, geloof ik niet. Als we volgens de BRL te werk zouden zijn gegaan, was er waarschijnlijk hetzelfde plan van aanpak uitgekomen. Het plan is gewoon goed. Ook al heb je nog twintig certificaten erbij, dat verandert het plan van aanpak niet."

De BRL geeft strikte regels voor bemonstering, voor laboratoriumanalyses.Gevraagd wordt om een overzicht van hoeveelheden, exacte plaatsen, de bereikbaarheid van die plaatsen. Dat heeft u toch niet allemaal in het plan van aanpak staan?
"We praten langs elkaar heen. De BRL gaat over de inventarisatie, niet over het plan van aanpak. Als je de parallel met de stortplaatsen wilt trekken, zou je voorafgaand aan het slopen van de stortplaats een inventarisatie volgensde BRL kunnen doen. Probleem is dat wat er in de BRL staat, is geschreven op bouwkunde."

Hoe dan ook moet u voor het plan van aanpak eerst een inventarisatierapporthebben.
"Dan pakt u die BRL en loopt u morgen naar een stortplaats. Probeert u eens volgens de BRL een inventarisatie uit te voeren. Dat wordt erg lastig, want daar is hij niet voor geschreven. Het kan niet. Wij hebben een inventarisatie op papier uitgevoerd, op basis van historische informatie over de plaatsen waar asbest zit.
Ook al worden de deskundigen het erover eens dat een stortplaats vergelijkbaar is met een gebouw, zou in de praktijk niemand met de BRL uit te voeten kunnen. Uiteindelijk komt men toch bij ons terecht, bij de deskundigen van Haskoning die heel veel verstand van stortplaatsen hebben. Wij weten hoe de asbest erin zit. Wij weten hoe het moet."

bron: Cobouw 02