<< Terug naar het nieuwsoverzicht van 2000
31-01-2000Asbest nog altijd dreigend aanwezig
door: L. Akkers, Directeur Arbouw
Staatssecretaris Hoogervorst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid opende afgelopen week het Instituut Asbestslachtoffers. Om de asbestslachtoffers een lange juridische lijdensweg te besparen, bemiddelt het instituut tussen hen en hun (voormalige) werkgever. Verwacht wordt dat de komende 30 jaar 20.600 mensen sterven doordat ze met asbest hebben gewerkt.
Vroeger werd asbest gezien als een ideaal materiaal: onverwoestbaar en ook
nog eens goedkoop. Maar het bleek verwoestend en de prijs mensenlevens hoog.
Asbest werd onder meer in de bouwnijverheid op grote schaal toegepast. Maar
de bouw was ook de eerste bedrijfstak die zich sterk maakte voor een verbod
op het gebruik. Nadat Fins onderzoek uitwees dat binnen een aantal jaren een
explosieve groei van het aantal asbestslachtoffers werd verwacht, bepleitte
Arbouw in 1989 dat alle asbestsoorten uit de bouw moesten worden gebannen.
Nog hetzelfde jaar spraken werkgevers en werknemers in de CAO af het bewerken
of verwerken van asbest vanaf 1991 te verbieden. Vervolgens werd ook in het
Convenant Arbeidsomstandigheden Bouwnijverheid, dat CAO-partijen met de overheid
tekenden, afgesproken tot een asbestverbod te komen. Hieruit voortvloeiend volgde
in 1993 een wettelijk verbod.
Maar daarmee was het product nog niet de wereld uit. Zeker 30 procent van de
totale asbestproductie is verwerkt in bouwmaterialen. De toepassingen waren
divers. Zo werd het vaak gebruikt als brandwerend materiaal op staalconstructies
en in deuren, wanden, kolommen en plafonds. Spuitasbest werd als isolatie gespoten
op leidingen, plafonds, muren en ventilatiekanalen.
Verder deed het dienst als constructiemateriaal, bijvoorbeeld voor asbestcementplaten,
golfplaten, rioleringsbuizen, luiken in kruipruimten en borstweringsplaten.
Ook vloerbedekking werd ermee verstevigd, zoals in de bekende collovinyltegels.
Strenge voorschriften
Bij onderhoud, sloop en renovatie bestaat dus nog steeds een kans dat bouwvakkers
met het gevaarlijke materiaal te maken krijgen.
Deze werkzaamheden zijn dan ook gebonden aan strenge voorschriften. Zo kan een
gemeente pas een sloopvergunning afgeven als de aanvrager een asbestinventarisatie
heeft laten uitvoeren. Desondanks kan het voorkomen dat toch op onverwachte
plekken wordt gevonden. Op zo'n moment is het van belang te weten wat er moet
gebeuren met het aangetroffen materiaal.
Als het moet worden verwijderd, is sprake van slopen en gelden voorschriften
uit het Asbestverwijderingsbesluit, het Arbobesluit en de gemeentelijke bouwverordening.
In dat geval moeten de werkzaamheden direct worden stopgezet en moet een gecertificeerd
en gespecialiseerd overgaan tot verwijdering.
Als het gaat om hechtgebonden asbest dat niet hoeft te worden verwijderd of
bewerkt en kan gewoon worden doorgewerkt. Ook dan gelden echter nog regels,maar
de vraag is, welke? Is het bijvoorbeeld verboden te boren in een asbestplaat?
Mag asbesthoudend materiaal worden overgeschilderd? Mag de aannemer een asbestplaat
onder een verwarmingsketel zelf verwijderen en afvoeren?
Het antwoord op dit soort specifieke vragen is niet iedereen duidelijk. Daarom
bracht Arbouw onlangs een brochure 'Vraag en Antwoord Asbest' uit, die een overzicht
geeft van de wettelijke verplichtingen bij werkzaamheden met het materiaal.
De brochure is speciaal bedoeld voor het middelgrote en kleine aannemingsbedrijf,
dat slechts af en toe met deze materie te maken krijgt. Maar ook voor bijvoorbeeld
woningbouwverenigingen is de brochure zeer bruikbaar.
De brochure 'Vraag en antwoord Asbest' kost 15 gulden en kan bij Arbouw worden
besteld. Dit kan telefonisch (0900) 2025312, per fax (020) 5805555of per e-mail:
arbouw@arbouw.nl.
bron: Cobouw