<< Terug naar het nieuwsoverzicht van 2000

12-02-2000

Boete voor asbestzaak

Rotterdam - Het asbestverwijderingsbedrijf Linisol Milieutechniek uit Nuth is gisteren door de Rotterdamse politierechter veroordeeld tot een boete van 20.000 gulden, waarvan 10.000 gulden voorwaardelijk. Linisol wordt verweten onzorgvuldig te zijn geweest bij de verwijdering van asbestplaten in het Mr. Schatsinstituut, een school voor speciaal onderwijs in de Rotterdamse wijk Schiebroek. Linisol werkte in de nacht van 18 en 19 november in de hallen en de buitenmuur van de school om asbestplaten te verwijderen. De werkzaamheden werden 's nachts afgerond, maar de volgende ochtend, toen de school weer open was, werd een prop plakband gevonden waaraan asbestvezels kleefden. Ook werd na metingen een verhoogde asbestconcentratie geconstateerd in de hal van het schoolgebouw.
Naarmate het werk vorderde, bleek dat een groot deel van de platen in de hal niet kon worden losgeschroefd wegens roest en dolgedraaide schroeven. Uitvoerder F. van der Elst van Linisol, die getuigde in de zaak, besloot daarop de platen los te breken. Daarbij werden geen extra veiligheidsmaatregelen getroffen. Van der Elst nam dat besluit omdat extra maatregelen tijd zouden kosten, en de school moest de volgende dag weer open.
Politierechter T.F. van der Lugt vond dat een kwalijke zaak omdat Linisol, als gespecialiseerd bedrijf, had moeten weten dat bij het breken van de platen asbestvezels zouden vrijkomen, ook al waren de platen ingespoten met een vloeibare stof.
Linisol had zich niet moeten laten leiden door de tijdsdruk, maar had de school desnoods een dag moeten laten sluiten, meende Van der Lugt. Ook het feit dat Linisol had bij het eerste ochtendgloren terug moeten gaan naar de werkplek voor een nacontrole.
Van der Lugt zwakte zijn straf af omdat Linisol lang had moeten wachten op de rechtzaak. Het duurde meer dan twee jaar voordat de zaak voor de rechter kwam. Bovendien, oordeelde Van der Lugt, is Linisol van onbesproken gedrag. Daarom stelde hij de helft van de door de officier geëiste boete van 20.000 gulden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

bron: Rotterdams Dagblad