<< Terug naar het nieuwsoverzicht van 2000
01-05-2000Vordering asbestschade kan nog na dertig jaar
Den Haag - Asbestslachtoffers of hun erfgenamen mogen in uitzonderlijke gevallen na de verjaringstermijn van dertig jaar toch nog een vordering voor een schadevergoeding instellen.
De Hoge Raag heeft dat bepaald in een zaak van een voormalig werknemer van
de Koninklijke Schelde Groep in Vlissingen. De werkgever had zich beroepen op
verjaring en was daarin in het gelijk gesteld door de kantonrechter en de rechtbank
in Middelburg.
Daarop gingen de erven in cassatie bij de Hoge Raad. Die stelt dat het om een
uitzonderlijk geval gaat, omdat de schade pas bekend werd na dertig jaar. Strikte
toepassing van de verjaringstermijn zou betekenen dat in het geheel geen schadevergoeding
kan worden gevorderd. De nabestaanden mogen nu onder bepaalde voorwaarden alsnog
een vordering instellen. Het gerechtshof in Den Haag zal moeten vaststellen
of aan die voorwaarden is voldaan en of de geëiste schadevergoeding van ruim
twee ton kan worden toegekend. De inmiddels overleden schilder ademde tussen1950
en 1965 op de scheepswerf asbeststof in. In september 1996 werd bij hemmesothelioom
vastgesteld, een ernstige vorm van long- of buikvlieskanker die alleen ontstaat
door asbest. Na blootstelling aan de stofdeeltjes kan het tientallen jaren duren
voordat de ziekte zich openbaart. De schilder stierf binnen de twee maanden.
De FNV, die meehielp bij de zaak, en de advocaten van de werknemer zijn blij
met de uitspraak. Sinds 1992 begon de verjaringstermijn te lopen vanaf de laatste
werkdag bij de ziekteverwekkende werkgever, en niet meer vanaf de dag dat de
ziekte ontstond. Dat is volgens de FNV onredelijk voor mensen die pas na dertigjaar
ziek worden. Sommigen worden pas na veertig jaar ziek.
Uit Cobouw