<< Terug naar het nieuwsoverzicht van 2001

22-01-2001

Politiebond: centraal depot voor rampbestrijding

ENSCHEDE - Nederland moet een centraal depot krijgen met beschermingsmiddelen voor rampen- en calamiteitenbestrijding. De vuurwerkramp in Enschede en andere ernstige incidenten hebben dat overduidelijk aangetoond. Dit zegt voorzitter J. Vogel van de politievakorganisatie ACP. Vogel reageert hiermee op het rapport van de Arbeidsinspectie over de gebeurtenissen rond het drama in Enschede van 13 mei. Daarbij vielen 22 doden en 1000 gewonden en werd een woonwijk verwoest.

De eerste dagen na de ramp waren er in Enschede volgens de Arbeidsinspectie onvoldoende beschermingsmiddelen tegen gevaarlijke stoffen, zoals asbest, voor de vele honderden hulpverleners in het getroffen gebied. De politievakorganisatie wil daarom op een centrale locatie een depot met grote voorraden beschermingsmiddelen, zoals luchtfiltermaskers en speciale kleding. Bij rampen en andere zware calamiteiten kan die opslag direct open, zodat er voldoende bescherming is voor hulpverleners.
Volgens metingen was in Enschede geen sprake van overschrijdingen van de grenswaarden in de (adem)lucht voor asbest, zware metalen, fijn stof en gasvormige verbindingen. Maar de Arbeidsinspectie tekent daarbij aan dat het aantal metingen beperkt was.
Niet uit de sluiten valt daardoor dat bij individuele werkzaamheden in het rampgebied hogere concentraties gevaarlijke stoffen zijn vrijgekomen en ingeademd. Vooral bij zoek-, graaf- en sloopwerk kunnen asbestvezels door opwerveling opnieuw in de lucht zijn verspreid. De eerste metingen naar asbest hadden zondagochtend 14-05-plaats. Vogel: 'Wat dit betreft gaat onze grootste zorg uit naar de politiemensen en deskundigen van het Rampen Identificatie Team (RIT) die in stofwolken onder enorme druk lang hebben doorgewerkt'.
Hulpverleners die in asbesthoudend gebied hebben gegeten en gedronken kunnen ook zijn blootgesteld aan hogere concentraties asbestvezels in de lucht, omdat ze daarbij geen ademsbeschermingsmiddelen droegen. Zeker is dat op 14-05-een aantal RIT-medewerkers dat heeft gedaan en dat tijdens het eten en drinken met puin beladen vrachtauto's af en aan reden.
Omdat het warm was, stoof het in de binnenring van het rampgebied. Op 22-05-trof de inspectie medewerkers van het RIT met onvoldoende adembescherming aan op het Bamshoeveterrein. Het was toen bekend dat daar amosiet (bruin asbest, niet-hechtgebonden) lag. Op 18-05-zag de inspectie dat het kampement van de leden van het Samenwerkingsverband Forensisch Onderzoek Bomexplosies midden in met asbest verontreinigd gebied stond en dat volop werd gegeten en gedronken. Het kamp werd opgeheven; straat en grasveld werden gesaneerd. Een dag later werden de werkzaamheden in het rampgebied zelfs tijdelijk stilgelegd.
De politievakorganisatie ACP is geschrokken van de manier hoe er in Enschede zonder voldoende beschermingsmiddelen tegen gevaarlijke stoffen is gewerkt. 'Onze mensen zijn zondagavond na de ramp zelf wezen kijken. Ze waren verbijsterd over de inzet van hulpverleners: 'Dit kan niet waar zijn'. Ook hebben we veel ongeruste leden uit heel Nederland, die in Enschede hebben gewerkt, aan de telefoon gehad', zegt ACP-voorzittter Vogel.

bron: Twentse Courant