<< Terug naar het nieuwsoverzicht van 2001
05-04-2001Verjaringstermijn asbestslachtoffers moet verdwijn
OOST-SOUBURG - De verjaringstermijn voor asbestslachtoffers moet van de baan.
Oost- Souburger Coen Hendriks vindt het niet te verkopen dat in het bedrijfsleven
na dertig jaar geen beroep op schadevergoeding kan worden gedaan, terwijl de
rijksoverheid geen verjaringstermijn hanteert. "Het is hard wanneer iemand die
aan mesothelioom lijdt, te horen krijgt dat zijn geval net een half jaar is
verjaard."
Hendriks heeft enkele tientallen voormalige werknemers van de Koninklijke Schelde
Groep of hun nabestaanden begeleid bij hun stappen de werkgever aansprakelijkte
stellen voor de gezondheidsschade die is opgelopen door het werken met asbest.
De asbestziekte mesothelioom (kanker in long- en buikvlies) kent een dramatischverloop
en is in vrijwel alle gevallen dodelijk.
Doorbraak
De afgelopen jaren is de positie van asbestslachtoffers en hun nabestaanden
aanzienlijk verbeterd. Een arrest van de Hoge Raad in 1993 betekende een doorbraak.
Het hoogste rechtscollege bepaalde dat de Koninklijke Schelde Groep moest aantonen
dat al het mogelijke was gedaan om haar werknemers te beschermen tegen de gevolgen
van het werken met asbest. Tot dan toe lag de bewijslast bij de zieke werknemers
of hun nabestaanden. Het arrest had tot gevolg dat verzekeraars aanzienlijke
bedragen aan schadevergoeding moesten uitkeren. Bovendien werd het Instituut
Asbestslachtoffers opgericht, waar schadeclaims kunnen worden ingediend in gevallen
waar de werkgever door faillissement of door een reeks van bedrijfsovernamen
niet meer aansprakelijk valt te stellen.
Claim
"Een hele verbetering", erkent Hendriks. "Je ziet alleen dat de schadevergoeding
via het Instituut Asbestslachtoffers over het algemeen flink lager is dan wanneer
een claim rechtstreeks bij een werkgever kan worden ingediend. Het instituut
komt gemiddeld op 35.000 gulden uit; een rechtstreekse claim resulteert gemiddeldin
100.000 gulden." De omkering van de bewijslast in asbestzaken is voor een belangrijk
deel te danken aan de vasthoudendheid van Lies Cijsouw uit Oost-Souburg. Gesteund
door Hendriks ging zij in beroep nadat de rechtbank in Middelburg in 1991 oordeelde
dat De Schelde niet aansprakelijk kon worden gesteld voor de asbestziekte waaraan
haar man Bram in 1989 op 53-jarige leeftijd overleed. Na een rechtsgang van
11 jaar ontvingen Cijsouw en haar dochters eindelijk een schadevergoeding. Ook
Cijsouw vindt dat ondanks alle verbeteringen in de positie van asbestslachtoffers
en nabestaanden nog wel wat meer valt te bereiken. Zo is haar ervaring dat de
procedure voor de behandeling van een claim bij het Instituut Asbestslachtoffers
te lang duurt. "Er is haast geboden. Niet alleenals degene die aan mesothelioom
lijdt, nog in leven is. Spoed is ook van belang voor de nabestaanden. Niet vanwege
het geld, maar omdat ze daarna eindelijk een lange periode van onzekerheid en
verdriet kunnen afsluiten." Over onzekerheiden verdriet gaat het ook tijdens
de gespreksmiddag die de Asbestslachtoffers Vereniging Nederland samen met inloophuis
Palazzoli woensdag 18 april in Vlissingen houdt. Lies Cijsouw is bestuurslid
van de vereniging. De gespreksmiddag is bestemdvoor patiënten en nabestaanden.
Gepraat kan worden over begeleiding tijdens de ziekte, over nazorg en over een
eventueel beroep op een schaderegeling. De bijeenkomst in Palazzoli, Badhuistraat
80, begint om 13.30 uur.
bron: Provinciale Zeeuwse Courant