<< Terug naar het nieuwsoverzicht van 2002

28-06-2002

Sloopschepen mijden Nederland

BESTUUR IN GEDING
Nederland mag sloopschepen als afval aan de ketting leggen. Dat lijkt niet zo schokkend maar de internationale maritieme wereld is er door overrompeld. Zeker nu de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het opmerkelijke kettingbeleid van minister Pronk (VROM) definitief heeft goedgekeurd.
De reacties lopen uiteen. Greenpeace is blij dat een land nu eindelijk iets doet aan de veelal van asbest en giftige stoffen vergeven schepen. Maar de reders delen de vreugde van Greenpeace niet. Directeur A. van Agtmaal van de Koninklijke Nederlandse Redersvereniging weet dat de internationale maritieme wereld niet begrijpt dat Nederland op eigen houtje asbestbevattende zeeschepen als gevaarlijkafval aan de ketting legt. Het oordeel van de Afdeling lijkt volgens Van Agtmaal zelfs in strijd met het internationale Basel-verdrag, dat de export van afvaluit Europa (EVOA) regelt. Oude schepen mogen volgens dat verdrag niet als gevaarlijk afval behandeld worden. `s Lands hoogste rechtscollege geeft een andere uitleg aan het Europese afvalverdrag. In een bodemprocedure heeft ze deze maand bepaald dat milieuminister Pronk terecht de uitvaart heeft belet van de oude tanker Sandrien uit Amsterdam naar de sloopstranden in India. De Afdeling viel uiteindelijk over de aanwezigheid van asbest in de scheepsconstructie. Tot en met de jaren tachtig werden bijna alle brandgevoelige scheepsconstructies van asbest voorzien.Tegenwoordig vinden de meeste zeeschepen hun graf op de stranden in Pakistan, India, Bangladesh en China. Daar slopen ongeschoolde arbeiders onder gevaarlijke omstandigheden uitgediende schepen, waarbij veel asbest in gevaarlijke toestand vrijkomt. Greenpeace voert al jaren actie om een eind te maken aan het ongecontroleerd slopen van schepen op de stranden.

E. Sillevis Smitt, die namens de eigenaar van de Sandrien bij de Raad van State verweer voerde, is teleurgesteld over de uitspraak. De Raad van State vond dat de eigenaars onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat het schip na reparaties zou worden ingezet als vrachtschip. Mede om die reden kwalificeerde de Raad van State het schip als "afval". Zij vindt het opmerkelijk dat de Raad van State de op de groene lijst van de EVOA uitdrukkelijk genoemde "sloopschepen" vanwege de in de constructie van het schip verwerkte asbest nu toch als een zogeheten rode lijst-afvalstof beschouwt. Alleen voor rode- en zwarte-lijststoffen zijn Europese exportvergunningen onder de EVOA nodig.

Tijdens de spoedprocedure ging de Raad van State nog uit van een vergunningsvrije groenelijststof (asbest komt immers tijdens het gebruik van het schip niet vrijals afvalstof). Dat leidde tot schorsing van het kettingbesluit. Na het tussenoordeel had het schip in principe kunnen uitvaren. Dat is niet gebeurd omdat de eigenaar niet meer bij machte was "zeewaardigheids"-reparaties te laten uitvoeren.

In ieder geval heeft de milieuinspectie van VROM door de uitspraak het groene licht gekregen om haar kettingbeleid te intensiveren en vergelijkbare oude sloopschepen met asbest in Nederlandse havens aan de wal te houden. De redersvereniging vindt dat een zinloze ontwikkeling aangezien alle schepen die ouder zijn dan 20 jaar asbest bevatten en sloopschepen alleen Nederland nooit meer zullen aandoen. Volgens Van Agtmaal van de redersvereniging veegt Nederland met dit beleid vooral zijn eigen straatje schoon. De zeevarende landen zijn in IMO-verband (International Maritime Organisation) al jarenlang met de problematiek van de sfoopschepen bezig. "Het feit dat Nederland nu als enige land in de wereld op deze manier te werk gaat, wordt niet begrepen. Landen zoals Pakistan, India en China zijner absoluut niet van gediend om beoordeeld te worden aan de hand van Nederlandse milieumaatstaven", meent Van Agtmaal.

De redersvereniging ziet geen enkel voordeel in de eenzijdige aanpak. "Het werkt juist contraproductief. De kans is groot dat zeer oude schepen Nederlandse havensgaan mijden. Die gaan naar andere landen. Maar meer nog zullen andere landen Nederland in het internationale overleg over de aanpak van de sloopschepen en het maritieme milieu niet meer serieus nemen," vreest Van Agtmaal.
Overigens heeft de Raad van State niet de vraag beantwoord wat er nu met het schip moet gebeuren, dat al ruim twee jaar aan de ketting ligt weg te roesten. Volgens Van Agtmaal en Sillevis Smitt zal de Nederlandse belastingbetaler voor de sloopkosten opdraaien. Er is in Nederland overigens geen werf meer die grote zeeschepen volgens de strengste milieueisen kan slopen. Het schip zal dus uiteindelijk toch buiten Nederland tegen zeer hoge kosten gesloopt moeten worden.

bron: Nederlandse Staatscourant