27-09-2002

Certificering asbestsector schiet tekort

Onvoldoende waarborg voor integriteit

De certificering van bedrijven die asbest mogen inventariseren, verwijderen en testen, schiet tekort. Aan de ene kant leven deze bedrijven de regels onvoldoende na, aan de andere kant trekken de certificerende instellingen na begane overtredingen de certificaten niet altijd in. De wettelijke normering is gebrekkig en het toezicht en handhaving door de overheid zijn te beperkt.

Kortom, het is een rommeltje in de asbestbusiness. De integriteit van ongeveer 435 gecertificeerde bedrijven, de laboratoria en de meer dan tien certificerende instelllingen ligt op straat.Dat valt op te maken uit de eindrapportage van de Werkgroep Certificatie en Accreditatie Asbest, die is aangeboden aan het ministerie van VROM.
De werkgroep, onder het voorzitterschap van prof. dr. ir. C.H.F.Hendriks van de Technische Universiteit Delft, constateert dat de certificatie en accreditatie in hun huidige vorm tekort schieten en onvoldoende waarborg geven voor de integriteit van de bedrijven. De overheid moet meer kunnen ingrijpen en de uitwisseling van informatie tussen overheid, certificatie-instellingen en de Raad voor Accreditatie moet flink verbeteren.

Ondeskundigheid
Het inventariseren, testen en verwijderen van asbest in Nederland is niet goed geregeld.
Zowel de gecertificeerde bedrijven als de certificerende instellingen zijn niet zonder meer te vertrouwen, vindt de werkgroep, samengesteld uit vertegenwoordigers van het VROM, het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Arbeidsinspectie, de Raad voor Accreditatie, de Stichting Bouw Kwaliteit (SBK), de Stichting Beheer Certificeringsregelingen (SBC), het Verenigd Overleg van Certificatie-instellingen (VOC) en het Centraal College van Deskundigen Asbest. De werkgroep constateert dat de bedrijven en certificatie-instellingen ook onvoldoende deskundig zijn. Bovendien zijn er asbestbedrijven die ondermaats presteren en de regels niet naleven. De werkgroep plaats daarom vraagtekens bij de waarde van de certificaten.

Ondoorzichtig
De asbestbranche is bovendien niet transparant. Het is een ondoorzichtige keten en voorzover er wel informatie voorhanden is, wordt zij onvoldoende uitgewisseld tussen de controlerende instanties. Het beeld dat uit het rapport naar voren komt, lijkt op dat van een corrupte, aanrommelende en ongecontroleerde branche. De wetgeving, het recht en de certificering bieden geen zekerheid over de integriteit van de certificerende instellingen en van de asbestbedrijven. Zelfs de overheid biedt geen zekerheid, want de mogelijkheden van toezicht en handhaving zijn te beperkt en het ontbreekt aan een privaatrechtelijk, bestuursrechtelijk en strafrechtelijk sanctiebeleid. De instellingen en bedrijven kunnen hun gang gaan, de overheid heeft te weinig informatie en kan en wil niet veel ondernemen. Het was de opzet van de overheid om meer aan de markt over te laten.

Meldpunt
De werkgroep raadt de overheid dringend aan de certifcatiestructuur te wijzigen.
Het aanpassen van de bestaande structuur vindt de werkgroep geen optie.
Een vergunningenstelsel zou veel beter zijn. Dat vraagt echter veel inzet van de overheid, die het aantal ambtenaren niet wil uitbreiden. Bovendien voelen de marktpartijen ook weinig voor een vergunningenstelsel. Daarom houdt de werkgroep het op een certificatiestructuur met een publiekrechtelijk accent. Het asbestverwijderingsbesluit is overigens in 2001 al aangescherpt.
Dat was nodig, omdat de wetgeving in Nederland anders niet zou voldoen aan een Europese richtlijn uit 1987. De werkgroep vindt dat de controles intensiever moeten en sancties moeten worden uitgevoerd. Bovendien zou veel meer informatie bekend moeten worden over overtredingen en incidenten, bijvoorbeeld via een centraal meldpunt.

bron: Cobouw

>> Lees hier meer nieuwsartikelen