Klik hier voor uitgebreid
Greenpeace onderzoek >>
bestandsgrootte 340 Kb, (het laden kan even
duren).

Wat is ASBEST
INLEIDING
Asbest is een mineraal dat in een aantal gebieden in de wereld voorkomt.
Enkele bijzondere eigenschappen van asbest - zoals de grote slijtvastheid en
de onbrandbaarheid - zijn al eeuwenlang bekend. Maar door de stand van de techniek
in die tijd, was toepassing op grote schaal nog niet mogelijk.

Dit werd anders met de industrialisatie aan het eind van de negentiende eeuw.
Toen werd het toepassen van deze stof op grote schaal mogelijk. Vooral omdat
de stof erg goedkoop was en eenvoudig te verwerken.
De bijzondere eigenschappen van asbest, zoals slijtvastheid, onbrandbaarheid
en een groot isolerend vermogen, hebben er toe geleid dat asbest met
name tussen 1950 en 1980 in veel producten is verwerkt en toegepast.
Enkele voorbeelden zijn:
Het verhaal van asbest was dus in eerste instantie - commercieel gezien - een
succesverhaal.
Anderzijds ontstonden er al rond 1900, met name in Engeland en Duitsland, verdenkingen
tegen asbest. De stof zou risico's inhouden voor de gezondheid, vooral door
aantasting van de longen.
In Engeland wordt Asbestose in 1931 officieel als beroepsziekte erkend.
In de jaren '70 begint de overheid in Nederland een actief beleid te voeren
tegen de blootstelling aan asbest voor werknemers van bedrijven waar asbest
wordt verwerkt. Pas in 1993 stelt de overheid een algemeen verbod in.
ASBEST
Asbest is een natuurlijk mineraal, wat op een aantal plaatsen in de wereld
in de loop der tijd is gevormd. Het is een bijzondere materie - 'een speling
van de natuur' - welke door een aantal toevallige omstandigheden zo is ontstaan.
In die zin is het vergelijkbaar met andere bijzondere mineralen zoals diamant
of mica.
Op enkele plaatsen in de wereld komt asbest in die hoeveelheden voor dat het
commercieel aantrekkelijk is om het te exploiteren. Zo zijn er winningsplaatsen
in Rusland, China, Brazilië, Canada, Zuid-Afrika, Australië, India,
Siberië, Italië en Cyprus.
Soorten asbest
Asbest
is eigenlijk een verzamelnaam voor meerdere mineralen die wat betreft chemische
samenstelling en fysische eigenschappen erg veel op elkaar lijken.
In de praktijk worden de verschillende soorten asbest wel met hun oorspronkelijke
kleur aangeduid. Zo is er bijvoorbeeld sprake van witte, blauwe of bruine asbest.
Deze verschillende kleuren zijn vooral bij ruwe asbest te zien. Zodra asbest
bewerkt wordt verdwijnen deze kleurverschillen bijna volledig.
Als men wil bepalen welke asbestsoort gebruikt is in een bepaalde toepassing,
zal dit door een deskundige persoon met behulp van microscopie moeten gebeuren,
omdat men niet zonder meer op de kleur kan afgaan.
De verschillende soorten asbest zijn onderverdeeld in twee groepen:
a. Serpetijnen
Hiertoe hoort Chrysotiel, ook wel witte asbest genoemd.
b. Amfibolen
Hiertoe horen onder meer:
- Crocidoliet (blauw asbest)
- Amosiet (bruin asbest)
In
de praktijk komen we vooral deze 3 genoemde soorten asbest tegen, er zijn nog
enkele andere soorten asbest, maar die zijn nauwelijks toegepast op grote schaal.
Chrysotiel is verreweg het meest verwerkt: in zo'n 90% van de producten waarin
asbest verwerkt is komen we chrysotiel tegen.
De productiecijfers voor asbest op wereldschaal zijn globaal als volgt:
Chrysotiel (wit asbest) 85%
Crocidoliet (blauw asbest) 10%
Amosiet (bruin asbest) 5%
Chemische samenstelling en structuur
Als we asbest onder de microscoop bekijken zien we een vezelstructuur. Deze
vezels bestaan uit langwerpige kristallen. En het zijn met name deze langwerpige
kristallen die zo bijzonder zijn aan asbest en die bepalend zijn voor de eigenschappen
van asbest.
Chemisch gezien bestaat asbest voornamelijk uit kiezel (silicium) gebonden aan
een of meer metalen en zouten.
Elke soort asbest heeft zijn eigen kristalstructuur. Dat maakt dat er onderling
ook verschillende eigenschappen zijn.
Hierna worden van de 3 meest toegepaste soorten enkele fysische kenmerken gegeven.
Chrysotiel
De chrysotiel structuur bestaat uit een dubbellaag, waarvan één
laag Mg, O en OH bevat en de andere bestaat uit Si en O. De beide lagen passen
niet exact op elkaar, waardoor de structuur enigszins oprolt om lange, holle
buizen te vormen (fibrillen). De verbindingen tussen de lagen zijn zwak, waardoor
chrysotiel asbestvezels een goede flexibiliteit bezitten.
De fibrillen zelf hebben een doorsnede van 15 - 40 mm. Bij bewerkingen zullen
de broze vezels vaak splitsen. De chrysotiel vezel heeft de neiging om in de
breedte te splitsen. De vezel wordt dan korter, maar houdt dezelfde diameter.
Het is ook mogelijk om de vezel in de lengterichting te splitsen.
Chrysotiel ontleedt pas bij 600° - 800° C. De kristalstructuur verandert
dan, waardoor de kenmerkende eigenschappen van deze asbestsoort grotendeels
verloren gaan.
Crocidoliet en amosiet
Crocidoliet en amosiet (amfibolen) hebben een andere vezelstructuur dan
chrysotiel. De kristallen zijn vergelijkbaar met lange dunnen naalden. Amfiboolvezels
zijn massief, ruitvormig van doorsnede en minder flexibel dan de chrysotiele
vezels, en ze hebben de neiging tot het afsplitsen van kleine, zeer scherpe
splinters. De vezels bestaan in feite uit naast elkaar liggende kristallen en
is uitvergroot meer vergelijkbaar met staaldraad.
De
amfibole vezels hebben eerder de neiging om in de lengterichting te splitsen.
Daardoor ontstaan vezels met dezelfde lengte maar met een kleinere diameter.
De ontledingstemperatuur van crocidoliet en amosiet ligt nog hoger dan van chrysotiel,
namelijk bij zo'n 1200°C.
Eigenschappen van asbest
Door zijn bijzondere structuur heeft asbest een aantal eigenschappen die het
altijd bijzonder aantrekkelijk hebben gemaakt om het op grote schaal en voor
allerlei doeleinden te gebruiken.
Deze eigenschappen zijn:
TOEPASSINGEN VAN ASBEST
Er zijn duizenden producten bekend waar asbest in verwerkt is, of waar asbest
zelfs het belangrijkste materiaal is.
Asbestvezels zijn goed te bewerken (verspinnen) tot weefsels en goed te verwerken
in en met andere materialen.
Vanaf het begin van de 20e eeuw is asbest toegepast.
In de jaren tussen 1950 en 1975 is asbest op grote schaal in de bouw toegepast.
Vermengd met andere materialen als cement, kalk, gips en kunststoffen, werd
het onder meer gevormd tot plaat- en isolatiemateriaal.
Voorbeelden van toepassingen
Bij het slopen van bouwwerken kan men op allerlei plaatsen in het gebouw
asbesthoudend materiaal tegenkomen.
Hier worden een aantal veel voorkomende toepassingen gepresenteerd.
Spuitasbest
Spuitasbest is een mengsel van cement (of een ander bindmiddel) en asbest.
In natte toestand werd het mengsel op de betreffende plaats gespoten.
Toepassingen:
Spuitasbest
bestaat voor zo'n 85% uit asbest (meestal crocidoliet). Het is een bros materiaal
met een losse structuur, waar gemakkelijk asbestvezels uit vrij kunnen komen.
Sinds 1977 is het toepassen van spuitasbest verboden.
Asbestcement
Verreweg het meeste asbest is altijd verwerkt tot asbestcement-producten.
De verhouding cement-asbest is bijna tegengesteld aan dat van spuitasbest. In
asbestcement zit zo'n 10 tot 30% asbest.
Asbestcement is in allerlei vormen te vervaardigen. Bovendien kan het materiaal
goed afgewerkt worden: kleuren, coaten, emailleren en harsen.
De toepassingen zijn dan ook velerlei. Enkele voorbeelden:
De asbest in asbestcement is goed gebonden door het cement. Asbestvezels komen
met name vrij bij breuk en bij het bewerken van het asbestcement.
Overige toepassingen in bouwwerken
Hierna worden nog een aantal andere toepassingen van asbest genoemd in bouwwerken:
Voor het slopen van elementen of delen van gebouwen waar asbesthoudend materiaal
in voorkomt, is het van belang om te weten of de asbestvezels makkelijk vrij
komen of niet.
De verschillende materialen waarin asbest is verwerkt worden onderverdeeld in hechtgebonden en niet-hechtgebonden materialen. Zoals de naam al zegt zal de asbestvezel bij niet-hechtgebonden materiaal veel gemakkelijker vrij komen dan bij hechtgebonden materiaal. Uit hechtgebonden materiaal komen asbestvezels alleen maar vrij bij bewerkingen (boren, zagen, breken), of door geforceerde slijtage (schuren). Niet-hechtgebonden materiaal is bros. Hier is door slijtage en verwering een veel groter risico op het voortdurend vrijkomen van asbestvezels.